Starter reddeloos zonder hulp overheid en banken

Opinieartikel Hans van der Ploeg in De Telegraaf: Niet de hoge huizenprijzen, maar het gebrek aan financieringsmogelijkheden zorgt ervoor dat starters moeilijk aan een woning komen.

Vorige week onthulde deze krant dat de coalitie twee miljard euro gaat vrijmaken om de woningmarkt een impuls te geven. Zo gaat er een deel naar woningcorporaties en wordt er een deel gebruikt om de problemen rond infrastructuur, stikstof en grondprijzen weg te werken. Een mooi gebaar uiteraard, maar naar de financiering van de woningen die geschikt zijn voor starters wordt helemaal niet gekeken. En dat is gek, want er zijn een aantal maatregelen te bedenken die weinig tot geen geld kosten.

Doordat jonge woningzoekenden vaak een tijdelijk arbeidscontract hebben, kunnen zij nauwelijks financiering krijgen. Bovendien nemen hypotheekverstrekkers de studieschuld mee in de berekening van het hypotheekbedrag. Terwijl er volgens toezichthouder AFM (Autoriteit Financiële Mark­ ten) mogelijkheden zijn om hiervan af te wijken en maatwerkoplossingen te bieden.

En alsof starters nog niet genoeg worden benadeeld, zijn zij ook verplicht om eigen geld in te brengen om een woning te kunnen kopen. Maar starters hebben nauwelijks vermogen, tenzij ze rijke ouders hebben. Uit cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat een starter voor 'kosten koper' circa 12.000 euro spaargeld nodig heeft en dat 6o% van de jongeren daar niet over beschikt.

Het gevolg is dat ze noodgedwongen bij de ouders blijven wonen, de studieschuld verzwijgen of alleen voor een dure huurwoning kunnen kiezen. Een hoop starters komen niet in aanmerking voor sociale huur en als dat wel zo is, komen ze op een wachtlijst die gerust kan oplopen tot tien jaar.

De verhoging van het aantal betaalbare starterswoningen is maar een deel van de oplossing. Wat de financiering betreft, moeten echt alle zeilen worden bijgezet. Een oplossing die de schatkist niets kost, is het percentage van 100% aflossing van de hypotheekschuld voor starters te verlagen naar slechts 50% verplichte aflossing. Het is onzinnig om de 100%-norm te blijven hanteren, terwijl deze tijd om andere maatregelen vraagt dan de periode van de kredietcrisis. Combineer dit met het oprekken van de hypotheekduur van dertig naar veertig jaar en de starter heeft meer mogelijkheden om de woning (deels) af te betalen.

Een maatregel die de overheid wel wat kost, maar zeker geen vermogen, is het afschaffen van de overdrachtsbelasting bij het kopen van de eerste woning. Een starter hoeft dan minder eigen geld in te brengen. Daarnaast moeten starters standaard een hypotheek afsluiten met Nationale Hypotheek Garantie, waardoor zij goedkoper kunnen lenen en financiële risico's beperken.

En als het kabinet echt geld wil uittrekken om de woningmarkt te stimuleren, dan kan het de aloude premieregeling wellicht weer van stal halen. In de jaren '8o van de vorige eeuw bestond er tijdelijk een regeling waarbij de overheid een premie van 21.000 gulden (ongeveer 9500 euro) gaf om je eerste huis te kopen.

Kortom: al komen er duizenden betaalbare starters­ woningen bij, zonder betere financieringsmogelijkheden blijft de starter achter het net vissen. De overheid en de banken zijn aan zet om de positie van de starter op de woningmarkt te ver­ beteren.

Hans van der Ploeg is directeur van VBO, brancheorganisatie van makelaars, taxateurs en huur/verhuurbemiddelaars.

Bron: Krantenartikel in De Telegraaf